Abel Eppens tho Equart, 15341590 (aged 55 years)

Name
Abel /Eppens tho Equart/
Given names
Abel
Surname
Eppens tho Equart
Birth
Occupation
eigenerfde boer en schrijver
Occupation
lid der Gedeputeerde Staten
Property
Bolhuis
Death of a father
Cause: stierf aan de pest, tegelijk met zijn derde vrouw
Death of a mother
Marriage
Birth of a son
about 1571 (aged 36 years)
Marriage of a son
Death
about 1590 (aged 55 years)
Family with parents
father
15021545
Birth: about 1502 28 Eekwerd
Death: October 12, 1545Eekwerd
mother
Marriage Marriagebefore 1534
3 months
himself
Abel Eppens 1534-1590
15341590
Birth: March 29, 1534 32 28 Eekwerd
Death: about 1590Emden, Niedersachsen, Deutschland
Family with Frouke Louwens
himself
Abel Eppens 1534-1590
15341590
Birth: March 29, 1534 32 28 Eekwerd
Death: about 1590Emden, Niedersachsen, Deutschland
wife
15401626
Birth: about 1540 33 33 Enselens, Loppersum
Death: November 7, 1626Wirdum
Marriage MarriageMay 10, 1562
10 years
son
15711625
Birth: about 1571 36 31 Wirdum
Death: about 1625Middelbert
Note

Schrijver van 'Der Vresen Chronicon'

Note

... van beroep eigenerfde boer, kroniekschrijver. Abel is geboren op de boerderij "Bolhuis" , dat wordt later de familienaam van zijn nakomelingen. Hij studeerde theologie bij Melangton in Wittenberg. In 1580 was hij de gedeputeerde dere ommelanden. Na het verraad van Renneberg vlucht hij naar Ostfriesland. Zijn kroniek "Der Vresen Chronicon" werd in 1911 (her)uitgegeven met toelichtingen van Feith en Brugmans.

Note

... De eerste leden van de familie vinden we in begin 1400. In de middeleeuwen was het Bolhuis een tamelijk belangrijke boerderij. De bekendste bewoner was in de zestiende eeuw Abel Eppens, lid van Gedeputeerde Staten, en schrijver van een kroniek die nog steeds een van de belangrijkste bronnen is voor de geschiedenis van Groningen tijdens het begin van de tachtigjarige oorlog.

Note

http://home.planet.nl/~bouwl003/dutch/groningen33.html
Abel Eppens (van de heertstee Bolhuis) was een eigenerfde boer in Eekwerd. Eekwerd is als wierde bijna geheel afgegraven. Wat nog rest is de Bolhuislaan met de boerderijplaats. Hij kreeg een goede opleiding en studeerde bijvoorbeeld in Groningen, Erfurt, Wittenberg en Keulen. In 1580 moest hij vluchtten naar Emden, zoals velen, wegens hun getoonde hervormingsgezindheid. In 1590 stierf hij in ballingschap.

Wat hij naliet zijn kronieken over de periode 1550-1590 geschreven in Emden. Een veel geciteerde bron. Eén van zijn zoons, Leo, werd in 1595 de eerste dominee in Loppersum.

Note

http://de.wikipedia.org/wiki/Abel_Eppens
in Equart, Provinz Groningen; um 1590 in Emden, Ostfriesland) war ein bedeutender friesischer Chronist der Reformationszeit.

Leben [Bearbeiten]

Eppens entstammte einem alteingesessenen Bauerngeschlecht der Provinz Groningen. Er wurde als Sohn von Eppo Aepkens auf dessen Gut, dem Bolhuis bei Equart geboren. Seine Mutter war Etgyn Ellema (oder auch: Elema). Sie entstammte ebenfalls einer bekannten Familie friesischer Landwirte.

Sein Vaters verstarb bereits fruh und so verbrachte Eppens seine Schulzeit in Farmsum und Groningen. Spater studierte er in Lattich, 1557 in Koln, dann in Groningen. Von dort ging er nach Wittenberg zu Philipp Melanchthon, einem Freund Martin Luthers. Eppens blieb bis zu Melanchthons Tod im Jahr 1560 in Wittenberg und kehrte dann in die Niederlande zuruck.

1562 heiratete Eppens Frouke Louwens. Er bewohnte zunachst einen der Hfe seines Vaters. Erst einige Jahre später zog er zum Stammsitz der Familie auf das Gut Bolhuis. Er war entschiedener Anhanger der Reformation und engagierte sich stark im hollandischen Unabhangigkeitskampf gegen das katholische Spanien. Als 1580 Groningen und die Umlande an die Spanier fielen, floh Eppens mit seiner Familie nach Emden.

Wahrend seines Emder Aufenthalts hat Eppens eine umfangreiche und zeitgeschichtlich bedeutende Chronik geschrieben. Sie wurde als Chronik von Abel Eppens tho Equart allerdings erst im Jahre 1911 verlegt und gedruckt von Johannes Muler, Amsterdam in zwei Banden mit insgesamt etwa 1500 Seiten. Mit dem Jahr 1589 endet die Chronik abrupt. Vermutlich ist Eppens zu dieser Zeit erkrankt und kurz darauf verstorben.

Abel Eppens hatte acht Kinder, von denen zwei Sahne allgemeine Bekanntheit erlangt haben: Eppoâ und Louwe Abels, letzterer auch bekannt unter dem Namen Leo Abeli ab Equart. Er wurde 1595 erster reformierter Pfarrer von Loppersum - der Gemeinde, der auch Equart und der Familiensitz Bolhuis zugeordnet sind. Leo Abeli hinterlie zwei Sne; Adolphus Louwens, war von 1663 bis 1668 Burgermeister von Groningen; Abelus Leonis war ebenfalls Pfarrer in Loppersum und starb 1652.

Note

http://www.webincunabula.com/html/nederlan/a/abeli_l.htm
Abeli ab Equart, Leo

Abeli ab Equart (Leo), zoon van den kroniekschrijver Abel Eppens van Eekwerd, heeft als balling in Ostfriesland geleefd tijdens de spaansche onlusten en werd in 1595 predikant te Lopersum. Hij woode de Synoden bij van 1595, 1598, 1602, 1603 en 1604, was meermalen gedeputeerde der Synode en behartigde allerlei kerkelijke zaken in gemeenten en bij de hooge overleid. In 1603 is hij afgevaardigd naar de gestorven te zijn. Zijne twee zoons werden op aanbeveling der Synode, door de Staten van Stad en Land met hunne studin voortgeholpen. Een van hen, Adolphus Louwens werd burgemeester van Groningen. Uit den andere, den predikant Abelus Leonis, is het geslacht van Bolhuis ontstaan.

Zie: Reitsma en van Veen, Acta I, 326; VII, zie register;
H. H. Brucherus, Kerkherv. in Groningen 283, 326;
Feith en Brugmans, De Kroniek van Abel Eppens tho Eppens tho Equart, inleiding.

(F. S. Knipscheer)

Note

http://www.eppens.net/origin/sophie.htm
Abel Eppens originates from a distinguished, inheriting old-established farmer lineage. 1534 were born Abel as a son of the Eppo Aepkens on this one estate. His mother, Etgyn Ellema or Elema, was from an also distinguished farmer lineage, that a different scholar had already produced. Abel Eppens only had two stepsisters and a sister.

After the early death of his father his guardians took him to school to Farmzum and Groningen, later on Eppens studied at Lüttich university. He went 1557 to Cologne, then again to Groningen. He went from there to Wittenberg to Philipp Melanchthon, the grand friend of Luther, he followed him and stayed up to the death of this one, 1560.

Abel Eppens 1562 married Frouke Louwens, after returned to The Netherlands, and sat down on one of the estates of his father; he moved to Bolhuis not before some years later. Just now -1568- broke off those terrible church conflicts mentioned before. Eppens, beeing a determined supporter of the reformation, fought as a provisions master on pages of the "states". When Rennenberg betrayed 1580 Groningen and the surroundings to the Spaniards now, Eppens fled with his mother, woman and children to Emden (East Frisia).

We don't know how long he stayed there and when he has died. Since 1582 and within the following years he is mentioned several times in archive pieces as deputy (local parliament) escaped to East Frisia.

Eppens has mainly written its chronicle in the exile to Emden (Chronicle of Abel Eppens tho Equart, published and printed in 1911 by Johannes Müller, Amsterdam, 2 volumes about 1500 pages together, "About the history of the Groningen country and their time")

His manuscript rather suddenly ends 1589 and we probably aren't wrong with the acceptance that he has died in 1590. So he hasn't experienced the liberation of his native country any more! The son of the Prince of Orange -Prince Moritz of Orange- managed to storm Groningen and to relive it from the Spaniards only 1594. In 1600 an armistice was made and later on the definite peace.

Abel Eppens had 8 children two sons are known: "Eppo" and "Louwen Abels" well-known under the name "Leo Abeli at Equart", 1595 first Reformed parish priests of Loppersum municipality where Equart and respectively Bolhuis is situated. Leo Abeli left two sons; "Adolphus Louwens", was mayor of Groningen in 1663-1668; the different one "Abelus Leonis" parish priest also was in Loppersum and died 1652.

Other descendants of the Abel Eppens accepted the name "van Bolhuis" in first half of the 17th century. Abel Eppens van Bolhuis, very probably one grandson of the chronicler, is progenitor of the gender van Bolhuis. The Christian name "Abel" and "Eppo" still has had left commonly in the family van Bolhuis for a long time.

Note

BOLHUIS..., BIJ WIRDUM... GEBOORTEPLAATS VAN ABEL EPPENS, DEN KRONIEKSCHRIJVER
Op de thans afgegraven wierde Eekwerd even ten noorden van het Damsterdiep, in de omgeving van 't vriendelijk dorpje Wirdum, stond tot 1844 een deftige hoerenhof stede: een edele heerd in den ouden trant. Naar de eigenaardige oude gedaante werd deze boerderij Bolhuis genoemd. Deze huisnaam werd op zijn beurt in de 17e eeuw de naam der familie van daar afkomstig: de leden dezer familie noemden zich Van Bolhuis. Het oostelijk deel van het landschap Fivelgo is een merkwaardig hoekje: niet minder dan zes in eikaars nabijheid liggende plekjes zijn daar aan te wijzen, waar eenmaal mannen gewoond hebben met liefde, groote liefde voor de geschiedenis, de lotgevallen van hun geboortegrond. Deze mannen hebben ons werken nagelaten, waarin vele groote en typeerende kleine bizonderheden omtrent de rijke historie van ons gewest worden medegedeeld. We bedoelen: Emo en Menco, abten van het klooster Wittewierum, die ons hun kroniek nalieten, die nagenoeg over de heele 13e eeuw handelt, belangrijke bron voor de oudste geschiedenis van ons gewest; Doede van Amsweer (bij Appingedam), die zoon werkzaam aandeel had in de beweging der Hervorming en van wien nog een enkel werkje is bewaard gebleven; Mr. D. F. J. van Halsema op Rusthoven, bij Wirdum, de kundige rechtsgeleerde, die o.m. schreef „De Staat- en Regeeringsvorm der Ommelanden"; Ds. N. Westendorp te Losdorp, wien we mede belangrijke historische werken danken, en ten slotte Abel Eppens tho Equart, die woonde op Bolhuis en ons zn uitvoerige Kroniek naliet.

Abel Eppens tho Equart wil zeggen: Abel Eppens te Eekwerd. Te Eekwerd — op Bolhuis — woonde in de eerste helft der 16e eeuw de eigenerfde boer Eppe Aepkens (Aepke = Abel), met zn huisvrouw Etgijn Elema, die afkomstig was van den aiouden Elemaheerd in de onmiddellijke nabijheid van Uithuizen gelegen. Dit echtpaar verkreeg in 1534 een zoon: Abel Eppens, de latere Kroniekschrijver. Toen Abel Eppens elf jaar oud was, overleed zn vader aan de pest. De grootvader van Abel, die te Zeerijp woonde, achtte zn kleinzoon meer geschikt voor de studie dan voor de „copenschap". Abel, ofschoon „urn zijnen vorigen mesters hardicheyt" tegenzin in de school hebbende, werd ter verdere ontwikkeling in 1547 naar Groningen gezonden, waar hij leerling werd aan de bij de A-kerk behoorende A-school later van de St. Maartenschool. Hier ontving hij les van den bekenden geleerden Rector Regnerus Praedinius. Eppens deelt in zn Kroniek vele aardige bizonderheden uit het leven van Praedinius mee. In 1555 bezocht Eppens de Hoogeschool te Leuven" twee jaar later was hij te Keulen, voltooide zn studie te Wittenberg, waar hij tot de leerlingen van Melanchton behoorde. In 1560 keerde de jongeling naar ons gewest terug, vestigde zich voorloopig op een boerderij Enselens, bij Loppersum. Eenige jaren later betrekt hij den ouderlijken heerd Bolhuis. Trots zn over grooten afkeer van de Katholieke Kerk — welke hij voornamelijk te Leuven had verkregen — liet men den vurigen aanhanger der Hervorming toch rustig op Bolhuis wonen. In 1572 heeft hij Bolhuis waarschijnlijk eenigszins laten verbouwen. Althans'in de eerste helft der vorige eeuw zag men in den noordermuur van t gebouw een gevelsteen, met het opschrift: „Abel Eppens anno 1572 — 2 Junij". Het rustig wonen op Bolhuis duurde tot 1580: het verraad van Rennenberg. Toen begonnen wederom in de Ommelanden de geloofsvervolgingen! Eppens achtte zich niet meer veilig op Bolhuis. Met vele andere Ómmelanders week hij uit naar het gastvrije Emden in O. Friesland, „der ballingen herberg". Emden opende de poorten, ontving mild, onbekrompen gastvrij de duizenden, die hun vaderland om den geloofswille verlieten. Boven de oosterdeur der Groote Kerk te Emden, de moederkerk der Protestantsche Nederlanders, was een schip in steen gehouwen met het bovenschrift: „Schepken Christi". Rondom het schip las men:

Godte kerke vervolgt, verdreven Heeft Godt hyr troost gegeven.

Hier vond Abel Eppens met de zijnen rust, hier was hij veilig, hier schreef hij zijn Kroniek.

Zn vrouw, Frouke Louwens, met wie hij in 1562 was gehuwd, zn kinderen en zn moeder Etgijn Elema volgden hem naar Emden. Zn moeder overleed er in 1582 aan de pest. Te Emden heeft Abel Eppens een aantal jaren doorgebracht. Wel wilde hij zich eerst met de zijnen te Weener vestigen, maar is toch te Emden gebleven. In 1580 begon hij „tho Embden in onse ballingscap" met het schrijven van zn Kroniek. Hierin vertelt hij met trots over de oude afkomst van 't geslacht zijner moeder, Elema en over de vele vooraanstaande mannen, die 't geslacht heeft opgeleverd. Elema is nog steeds een klinkende naam in onze landbouwwereld, in die der landbouwwetenschappen. De Kroniek begint met een inleiding. Daarop volgt de historie van Groningen en Ommelanden van 1537 af. Toen hij tot het jaar 1566 gekomen was zette hij zn werk onder een anderen titel voort tot 1589. Vooral over de jaren na 1580 geeft hij uitvoerige mededeelingen. Aardig en ook belangrijk is de „petit historie", waaraan zn Kroniek zoo rijk is: gedetailleerde beschrijvingen van allerlei voorvallen, betreffende de historie van Stad en Lande en die van O. Friesland tusschen de jaren 1580 en 1589. Eppens heeft alles — zooals hij zelf getuigt — genoteerd „na dat gemene geruchte schalde" en zooals hij het „sulven erfaren hefft".

De Kroniek is, behalve voor de historie van ons gewest, ook interessant door: anecdoten over allerlei personen, bijnamen, scheldnamen, eigenaardige' gezegden, berichten over landbouw, voorspellingen, folklore, gedichtjes, gegevens over de leefwijze der Ommelander geestelijken vóór de Hervorming, van de Ommelander edelen en Groninger burgers, die er in voorkomen. Bovendien is de kroniek geschreven in de taal der 16e eeuw —' een taal met een sterk lokaal karakter — van belang voor onze dialect-studie.

Eppens vertelt van de Meifeesten, die in Groningen gevierd werden. Ondanks al de ellende, die dr in 1582 in de stad heerschte, vierden de burgers van Groningen toch hun vroolijk Meifeest. „Myt een vastelavendtslevendt", alsof er geen wolkje aan de lucht was, haalden „sy die Meyboomen yn, hoveren aldaer, nodigen und scenken den koninck van Spannien in een personage gestalt, dragen den Sint Jurgen, des darden Vrijdages na Paesschen, na 'hoer olde gewoente, und maken zich in all°s triumphanten". Ook in de Ommelanden wordt in 't laatst der 16e eeuw vroolijk Meifeest gevierd. Zoo verhaalt Eppens, hoe de Winsumers „na maniere des landes" op Mei-avond een Meiboom gingen planten.

Hij bezocht' in O. Friesland den „Upstalsboom", in de buurt van Aurich gelegen. Van de zeven boomen, die dr oorspronkelijk aanwezig waren — symbolen voor de zeven Friesche Zeelanden — wa. ren er nog drie over, echter geheel „versoeret und vernichtiget". Een er van — de „groenste" — lag in twee stukken gezaagd op den grond. Hier kwamen gedurende de 12e en 13e eeuw jaarlijks in de Pinksterweek de afgevaardigden der Friesche stammen samen, om besprekingen te houden, hoe elkaar het best te helpen tegen gemeenschappelijke vijanden. Tegenwoordig vindt men op deze aloude historische plaats een piramide temidden van plantsoen»_De pyramide werd in 1833 opgericht.

Als kind van zijn tijd was Eppens natuurlijk bijgeloovig: hekserij, tooverij zijn voor hem ernstige zaken. Hij vertelt daarover bij het jaar 1587. Te Den Dam en Farmsum werd een Walinne, een Waalsche soldatenvrouw, beschuldigd van tooverij en giftmengerij tegenover een offieier. Er werd op haar aanwijzing een tooverdrank gemengd door de vrouw van Willem, kastelein in de toen zeer bekende herberg „de Hulks" te Appingedam. Hij zou iemand aanwijzen door die van den tooverdrank een „schulp vuil" onwetend op den rug te gieten „tot een prove" „So sic schuldich bena onsinnioh solde begrepen worden". De Walinne werd door den redger, Berent Reijners, gegrepen en ter dood veroordeeld

Wanneer Eppens het heeft over de komst van Maria van Hongarije hier in 1545, vertelt hij, dat zij „heerlicke to Gronnigen ontfangen worde, dat die kereke to Sunte Meerten oock gestoffiert und gewittet muste worden". „Daer dan twe arbeiders, myt wynde ant gevelt upgewonnen (met windassen tot het gewelf opgehesohen) ongeluckelichen int koer up hoege altaer sindt meder ter doet gevallen, als ick gesien hebbe und eerste mede hoerde den sware vall myt het vat". Als Eppens melding maakt van de turfgraverij van Van Ewsum in Vredewold, merkt hij op, dat „noch nummer enich torffgraver rijck was worden". Op een andere plaats, waar hij het heeft over „huysluyden, die in harbargen leven", zegt hij: „kroeghouders worden rijck". Eigenaardig is de uitdrukking: „die Staten willen endtlick den padde treden, dat he pijpen muste". Van Emden getuigt hij: „Embder gelove, Embder trouwe".

Oterdum, vroeger een sterkte aan de Eems, waar heel wat krijgstafereelen zijn afgespeeld, wordt herhaaldelijk genoemd. Met een aardige woordspeling roept Eppens uit: „Otardum, quasi longa miseria".

Het handschrift van Abel Eppens werd fn 1863 voor f4O op een publieke veiling door het Groninger Archief aangekocht. De heeren J. A. Felth en H. Brugmans hebben het handschrift in 1911 met een interessante inleiding en belangrijke aanteekeningen in druk uitgegeven: een lijvig boekwerk, waaraan we vele gegevens hebben ontleend.

Abel Eppens wordt in 1588 nog genoemd als eigenaar van Bolhuis, maar reeds vroeger waren zn goederen — als afkomstig van een landsvijand — ten verkoop aangeboden. Men weet niet precies wanneer hij overleed. Zn overlijden zal in 1590 of kort daarna hebben plaats gehad. Een merkwaardige man, levende in een bizonderen, veel bewogen tijd! Van zijn acht kinderen zijn alleen twee zoons bekend, geworden: Eppo en Louwe Abels. Deze laatste, ook wel Leo Abeli ab Equart genoemd, werd in 1595 de eerste Hervormde leeraar te Loppersum, waar hij in 1604 nog in functie was. Eppo zal zich op Bolhuis gevestigd hebben. Louwe Abels, de predikant, liet twee zoons na: Adolphus Louwens en Abelus Leonis. Beide studeerden aan onze Hoogeschool. Adolphus Louwens treffen we later als Burgemeester van Groningen (1663—1668), terwijl Abelus Leonis van 1620 tot 1634 predikant was te Loppersum. -Iffldere nakomelingen van Abel Eppens —-t-öe nazaten van zn zoon Eppo waarschijnlijk — nemen in de eerste helft der 17e eeuw naar den stamheerd Bolhuis den familienaam Van Bolhuis aan. Als eerste van Bolhuis treffen we Abel Epponis van Bolhuis: hoogstwaarschijnlijk een zoon van Eppo Abels, een kleinzoon dus van Abel Eppens, den kroniekschrijver. Abel Epponis van Bolhuis studeerde aan onze Hoogeschool. Hij werd de stamvader van 't geslacht Van Bolhuis. In het laatst der 17e eeuw vestigde zich Michiel van Bolhuis te Warffum, waar vijf geslachten van vader op zoon de hoogste bedieningen hebben bekleed. Op den heerd Bolhuis hebben nog lang nazaten van onzen Kroniekschrijver gewoond. Enno Doedes Star, vice-admiraal der Admiraliteit te Harlingen, die — ofschoon een Oost Fries van geboorte — zn gansene leven bijna in dienst was van Stad en Lande, nam in tijden van vrede rust op Bolhuis. Hier ging hij ook de eeuwige rust in: 1707. De laatste eigenaar van Bolhuis was Mr. Abraham Buning, vrederechter in het kanton Loppersum. Hij overleed op Bolhuis in 1826 op 64-jarigen leeftijd en werd in de kerk te Wirdum begraven. Zijn weduwe, Mevrouw A. C. Buning—Marissen, bleef op Bolhuis wonen.

De heer Schenkel van Loppersum vertelde voor een 20-tal jaren — de man was toen reeds 84 jaar — aan Dr. Wumkes allerlei bizonderheden over Bolhuis. Mevrouw Buning was zeer mild. Eiken winter deelde ze 500 kilo rundvet uit aan de armen van het dorp. Ze overleed omstreeks 1843. De familie zag haar stoffelijk overschot gaarne bijgezet naast dat van haar man in de kerk te Wirdum. Dit mocht echter niet: het begraven in de kerken was verboden. Maar men wist raad De Diaconie en de Kerkvoogden kregen ieder f 500. Toen gaven de kerkheeren consent Eerst had de begrafenis op het kerkhof plaats Eenige dagen later werd de kist echter weer opgegraven. Met nog negen andere mannen droeg Schenkel de kist naar de kerk. 't Was middernacht fakkels brandden, In het mtddelpad der kerk lag het graf open De kist daalde neer en de steen werd weer over 't graf gelegd Na afloop ontvingen de mannen ieder een rijksdaalder en een warmen maaltijd in de herberg Spoedig daarna was het boeldag op Bolhuis. De wapens, die in de gang hingen, werden ook verkocht. Het oude deftige Bolhuis ging over in handen van de familie Jullens. Wed. A. Jullens verkocht den 16 Sept. 1844 Bolhuis met zn hoven, tuinen, singels en landerijen. Het huis werd afgebroken, de fraaie hoven in tuinen herschapen. Niets herinnert meer aan den vroegeren heerd, alleen de naam Bolhuis voor het terrein is blijven voortleven
Nieuwsblad van het Noorden 27 maart 1937

Note

https://nazatendevries.nl/Genealogie/Van%20Bolhuis/Het%20geslacht%20Van%20Bolhuis%20in%20Groningen.html?utm_source=pocket_mylist
Abel [Eppens tho Equart] <BOLHUIS>
geb. 4-3-1534 te Eekwerd (op Bolhuis)
ovl. 1590 te Oost Friesland (Dld) zoon van: Eppo [Abels tho Equart] <BOLHUIS>
Eeke [Sickens Tammen] _ ( III-1-2 )
Persoonlijke informatie
(Abel Eppens van Eekwert) Gedoopt 29-3-1534 te Wirdum (Eekwerd). Overleden in het voorjaar van 1590.
Beroep: eigenerfde landbouwer te Eekwerd op "Bolhuis", kroniekschrijver, gedeputeerde der Ommelanden.
Hij studeerde theologie bij Melangton in Wittenberg (1558). In 1580 was hij gedeputeerde der Ommelanden. Na het verraad van Rennenberg vlucht hij naar Oost Friesland. Zijn beroemde kroniek, "Der Vresen Chronicon", werd in 1911 uitgegeven, voorzien van toelichtingen door Feith en Brugmans, deze is in 2005 bij een antiquariaat te koop voor 300 euro.
Abel Eppens stamt af van een oud boerengeslacht uit de Provincie Groningen. Hij werd als zoon van Eppo Aepkens op "de edele heerd", het "Bolhuis" bij Equart geboren.
Zijn vader stierf vroeg en zo bracht Abel Eppens zijn schooltijd door in Farmsum en Groningen. Later studeerde hij in Leuven, 1557 in Keulen, toen in Groningen. Van daar ging hij naar Wittenberg naar Philipp Melanchthon, een vriend van Martin Luthers. Abel Eppens bleef tot Melanchthons dood in 1560 in Wittenberg en keerde daarna naar Nederland terug.
In 1562 trouwde Abel Eppens Frouke Louwens. Zijn schoonmoeder was Etgyn Ellema (ook wel: Elema). Zij stamt af van de net zo bekende Friese familie. Abel Eppens bewoonde het huis naast de boerderij van zijn vader. Een paar jaar later ging hij naar de hoofdboerderij van de familie op het landgoed Bolhuis. Hij was onderscheiden aanhanger van de Reformatie en organiseerde zich sterk in het Hollandse onafhankelijkheidskamp tegen het Katholieke Spanje. Toen in 1580 Groningen en omlanden door Spanje veroverd werden, vluchtte hij met zijn familie naar Emden.
Tijdens zijn verblijf in Emden heeft Abel Eppens een omvangrijke kroniek geschreven. Zij werd als Kroniek van Abel Eppens tho Equart in het jaar 1911 vernieuwd en gedrukt door Johannes Müller, Amsterdam in twee banden met gebonden ongeveer 1500 bladzijden. Na terugkeer woonde hij te Enselens een wierde niet ver van Eekwerd, op een boerderij van Louwe Havickes (zijn schoonvader).
In het jaar 1589 eindigde de Kroniek abrupt. Vermoedelijk is Abel Eppens in die tijd ziek geworden en kort daarop gestorven.
Abel Eppens had 8 kinderen, van de twee zonen is meer bekend: "Eppo" en "Louwe Abels", later ook bekend als "Leo Abeli ab Equart". Hij werd in 1595 de eerste gereformeerde pastor in Loppersum; de gemeente waar ook Equart en de familieboerderij "Bolhuis" zijn. Leo Abeli liet 2 zonen na: "Adolphus Louwens", hij was van 1663-1668 burgemeester van Groningen en "Abelus Leonis" hij was ook predikant in Loppersum en stierf in 1652.
In de 15e eeuw stond in de omgeving van Appingedam, aan de zuidkant van de wierde Eekwerd "Het Bolhuis", de principale heerd. De eerst bekende bewoner is Eppo to Equart, 1450(?)-1496.
Der Vresen Cronicom is in 1911 bewerkt door jhr.J.A.Feith en dhr. H. Brugmans en is in het rijksarchief te Groningen in te zien.
Hij trouwde op 10-5-1562 te Loppersum (Enselens) met:
Frouwke [Louwens] _
geb. ca 1540 te Slochteren (Enselens)
ovl. 7-11-1626 te Wirdum dochter van: Louwe [Havickes] THO ENSELENS
Etgijn [Waalckos] ELAMA
Uit deze relatie

  1. Louwe [Abels] BOLHUIS geb. ca 1563 te Wirdum / ovl. na 1604 ( V-1-1 )
  2. Sicco [Abels] _ geb. ca 1565 te Wirdum / ovl. na 1605 ( V-1-2 )
  3. Eppo [Abels] van BOLHUIS geb. ca 1567 te Wirdum / ovl. na 1615 ( V-1-3 )
  4. Eysche [Abels] _ geb. ca 1569 te Wirdum ( V-1-4 )
  5. Popko [Abels tho Equart] van BOLHUIS geb. 1571 te Eekwerd (Bolhuis) / ovl. 1625 te Middelbert ( V-1-5 )
  6. Engele [Abels] _ geb. ca 1573 te Wirdum ( V-1-6 )
  7. NN [Abels] _ geb. ca 1575 te Wirdum ( V-1-7 )
  8. Ettien [Abels] _ geb. 1577 te Wirdum / ovl. 1623 ( V-1-8 )
Media object
Abel Eppens 1534-1590
Abel Eppens 1534-1590
Note: https://www.nazatendevries.nl/
Media object
Kroniek van Abel Eppens
Kroniek van Abel Eppens