Geert Wind, 18241906 (aged 81 years)

Name
Geert /Wind/
Given names
Geert
Surname
Wind
Birth October 18, 1824 43 42
Occupation
Arbeider, baggerdroogmaker vervener

Description
lang 1 el 7 palm 5 duim en 8 strepen ofwel 175,8 cm, aangezicht breed,voorhoofd rond, ogen licht bruin, neus ordinair, mond klein, kin rond, haar blond.
1843 (aged 18 years)

Death of a motherAntje Hendriks Buist
August 18, 1848 (aged 23 years)
Death of a fatherJan Hindriks Wind
June 18, 1849 (aged 24 years)
MarriageAntje de JongView this family
August 4, 1849 (aged 24 years)
Birth of a daughterAntje Wind
November 28, 1860 (aged 36 years)
Note: Nieuw Buinen (Borger)
Death of a wifeAntje de Jong
July 23, 1898 (aged 73 years)
Death January 25, 1906 (aged 81 years)
Family with parents
father
17811849
Birth: January 14, 1781 38 32Leek
Death: June 18, 1849Zevenhuizen
mother
17821848
Birth: March 17, 1782Zevenhuizen
Death: August 18, 1848Zevenhuizen
Marriage MarriageMay 24, 1812Leek
13 years
himself
18241906
Birth: October 18, 1824 43 42Zevenhuizen
Death: January 25, 1906Valthermond
Family with Antje de Jong
himself
18241906
Birth: October 18, 1824 43 42Zevenhuizen
Death: January 25, 1906Valthermond
wife
18241898
Birth: May 24, 1824 26 28Zevenhuizen
Death: July 23, 1898Valthermond
Marriage MarriageAugust 4, 1849Leek
12 years
daughter
Note
Note

Voor 300 jaren was het veen in de Gem.Odoorn onverdeeld eigendom van de Drentsche boeren, die te Odoorn en Exloo woonden. Op dat veen wies niet anders dan heide en pionbes en wat braamen.Het was bij de winter toen nog erg nat en moerassig, maar als het droog was dan werd al dat veen in de monden afgeweid door de Drentsche schapen, zoodoende was het een grote schapeweide. Toen men in de 17e eeuw onder de rook van Wildervank al druk aan 't vervenen was, kwam er hier zoo nu en dan al eens een boer van Stadskanaal om te vragen of er hier in de monden niet een stuk veen te koop was.Dit was niet het geval omdat het veen onverdeeld eigendom was en men zag in dat het veen verdeeld moest worden. Nu heb ik meermalen gehoord dat de Drenthenaren het veen verdeeld hebben onderling naar maatstaf van het aantal schapen die ze erop nahielden. Toen de Groninger heeren eindelijk het z.g. Kanaal voor de Drentsche veenen" hadden gegraven werd er daar waar later de monden zouden komen, een breede en diepe greppel gegraven. Vervolgens kwam er dan (ik meen elke 85 meter) een plaatsgreppel, zodat het veen op plaatsen kwam te liggen, die een volgnummer kregen. De volksmond verteld dat er in vroeger jaren wel eens een plaats veen verkocht is voor een pond tabak en ook wel voor f 100,00. Dit laatste kan wel waar zijn, te meer daar het in sommige gevallen nog wel 50 tot 100 jaar duurde aleer zoo'n plaats verveend kon worden. De boeren die op de Drentsche dorpen Emmen, Odoorn, Exloo de meeste schapen hadden, werden meest allen mannen van naam. o.a. Hadders, Zegering, Marissen, Kaveling enz. Voor die families is het veen een goudbron geweest en ze zijn nu nog zeer rijk (1943). Wanneer nu genoemde greppels waren aangebracht werden in de plaats z.g. bonkgreppels gegraven,waardoor het veen werd afgetapt. Anders was het te week om te vergraven. Eerst werd een hoofdkanaal gegraven, dat naar de Drentsche dorpnamen werd genoemd zoals Bonnermond, Boerveenschemond,Nijveenstermond, Buinermond, Exloermond, Valthermond, Weerdingermond, dat ontstond door ter breedte van het gewenste kanaal een put veen uit te graven. De bonkaarde van die put werd over de gehele breedte der plaats, het vooraf, gebracht, ongeveer twee voet diep. Dit werd "koorbonken" genoemd.Het afgraven van veen heet "Bonken" en omdat dit op een kruiwagen (in het Gronings "koore") werd geladen, noemde men het koorbonken. Dat werk geschiedde zo mogelijk bij de winterdag. Dan lag dat bonkaarde in dikke bollen over het veen verspreid en moest geslecht worden, opdat het turf dat er nu uit die eerste put kwam daar op moest staan. Dit werk heette "Kleinen". Wanneer de weersomstandigheden het toelieten dan ving men in 't begin Maart aan met het turfgraven. In vroeger tijden geschiedde dit turfgraven met 6-7 of 8 man op een straal planken. In later dagen met (in de splittings, en klemsloten) met 2 man en in de gewone putten werd dit meest door een man op een straal planken gedaan. De stikkerplank gebruikte men om daarlangs een bankie aan te snijden van 46 cm lang en 15 cm breed met de "Stikker".Daarna ging men met de"opschot"( een schopje van 15 breed en 46 lang= maat van de turf) de turf steken en werd deze op de "slagkar" gezet die op twee loopplanken stond.Een laag turf dat van zoo'n bankie werd afgegraven heette "Klem".Wanneer men nu 4 of 5 klem had afgegraven dan geleek dat veen net op een bank met leuning. Er kwamen tien of twaalf turven op de kar die dan op het zetveld werden gelegd, de eerste rij heet de "ligger". Wanneer er 14 rijen rechtop tegen elkaar waren gezet noemde men dat een "slag" en werd de volgende ligger gelegd. In begin Mei begonnen de vrouwen en meisjes het turf op te dijken. Dan werd het turf op droogen gezet tot een turfring. Die dan weer onderste boven werd gekeerd = omzetten. Als het turf dan droog was werd het in bulten gezet= vuren. Zo werd het blauwveen vergraven en bleef er een drie steek dikte dargveen over, waarvan bagger werd gemaakt. Het baggeren begon 1 april en eindigde 21 juni. Daarna in de 20e eeuw werd er machinaal turfgemaakt en gebaggerd. Bij een baggermachine waren meestal 6 mannen werkzaam, 4 spitters, een machinist en een modderman. Het machinaal turfmaken noemde men perzen en derhalve maakten ze persturf, die als die gedroogd was in "zwellen" werden gezet, waarna de droogmaker er klaar mee was. Bloemlezing uit de notities van GEERT WIND. Overleden op 25-01-1906 te Valthermond;Odoorn op 81-jarige leeftijd. Zie ook info bij geboorte voor een bloemlezing uit Geerts notities. Geert lootte in 1843 nummer 56 voor de militaire dienst, hetgeen vrijstelling betekende. Zijn signalement was: lang 1 el 7 palm 5 duim en 8 strepen ofwel 175,8 cm, aangezicht breed,voorhoofd rond, ogen licht bruin, neus ordinair, mond klein, kin rond, haar blond. Groeide op te Zevenhuizen bij de Leek waar hoogveen was toen dat minder werd vertrok hij omstreeks 1850 naar de Groningsche en Drentsche veenkolonien t.w. Boerveenstermond bij Gieten. Omstreeks 1853 ging hij verder het veen in naar Nw.Buinen waar hij de kost verdiende als baggerdroogmaker.In 1880 trok hij verder naar Valthermond.In dat jaar was er een grote veenbrand te Nw Weerdinge waarbij vele veenarbeiderswoningen verloren gingen.In 1882 begon hij met compagnon Albert ZOET uit Musselkanaal zelfstandig te vervenen.In 1892 kocht hij met Stoffer de HAAN uit Drouwenermond veenplaats nr.49 aan het Noorderdiep voor f 13.000,=.